Hosted by NPO Luister / AVROTROS · EN
Brecht van Hulten praat met regisseur Sven Peetoom over zijn documentaire Mama'ku – Van Jakarta tot de Molukken. Tijdens een reis naar Indonesië vinden danseres Cheroney Pelupessy en haar zwijgzame moeder samen een manier om zich te verhouden tot het onderdrukte verleden van de moeder, getekend door migratie, huiselijk geweld en intergenerationeel trauma. Eerder maakte Sven Peetoom met Juliette Dominicus de documentaire's Tussen Wal en Schip – Geruisloos Indisch en Indisch Zwijgen.
Shula Tas praat met fotograaf Farren van Wyk over haar tentoonstelling Mixedness is my mythology, nu te zien in Fotomuseum Den Haag. Vanaf 4 april 2026 presenteert Fotomuseum Den Haag de eerste museale solotentoonstelling van de Zuid-Afrikaans-Nederlandse fotograaf Farren van Wyk (1993): Mixedness is my Mythology. In deze tentoonstelling onderzoekt Van Wyk via fotografie de complexe historische en persoonlijke relatie tussen Zuid-Afrika en Nederland, en reflecteert zij op thema’s als migratie, etniciteit, kolonialisme en apartheid. De tentoonstelling is van 4 april t/m 23 augustus te zien in fotomuseum Den Haag. Met de tentoonstelling brengt Van Wyk een gelaagd en persoonlijk fotografisch onderzoek naar gemengde identiteit. Geboren in 1993, het laatste jaar van de apartheid, met een Zuid-Afrikaanse moeder en een Nederlandse vader, werd zij in Zuid-Afrika geclassificeerd als ‘coloured’. Vanaf haar zesde groeide zij op in het Nederlandse dorp Putten, waar uiteenlopende culturele invloeden – Nederlandse, Zuid-Afrikaanse en de Afrikaanse diaspora - samenkwamen in haar leefwereld. Familie In Mixedness is my Mythology staat haar familie centraal. Van Wyk fotografeert haar ouders, broers en maakt het werk in samenwerking met hen. Ze onderzocht hoe de apartheidscategorie 'coloured' haar geschiedenis heeft gevormd, en gaandeweg heeft zij samen met haar familie de opgelegde identiteit gedeconstrueerd en hun eigen identiteit gevisualiseerd. De beelden tonen intieme portretten en zorgvuldig geënsceneerde momenten waarin familieleden niet alleen onderwerp, maar ook medevertellers worden. Het boeren familiebedrijf in Putten, waar de familie woont, vormt in alle foto’s de achtergrond. Zwart-wit fotografie Van Wyk kiest bewust voor de traditionele beeldtaal van zwart-witfotografie. In dit ogenschijnlijke grijze gebied bevraagt en herdefinieert zij wat het betekent om een ‘persoon van kleur’ te zijn. De keuze voor zwart-wit maakt ruimte voor reflectie op representatie, zichtbaarheid en geschiedenis. Tegelijkertijd werkt zij toe naar een persoonlijke en collectieve aanvaarding van een gemengde identiteit. Door het ontwikkelen van een eigen iconografie creëert Van Wyk haar eigen mythologie, een visueel universum waarin verleden en heden, familiegeschiedenis en maatschappelijke structuren samenkomen.
Annemieke Bosman in gesprek met regisseur Jetske Mijnssen. Mijnssen regisseert bij De Nationale Opera, in het kader van het Holland Festival, de opera Simon Boccanegra van Giuseppe Verdi. Deze opera vol politieke intriges, liefde en verraad vertelt het verhaal van Simon Boccanegra, die kort na het verlies van zijn geliefde én zijn dochter, wordt uitgeroepen tot leider van het politiek verscheurde Genua. Verdi schetst een portret van een vader en politicus die tevergeefs verlangt naar rust en vrijheid. Het werk van Jetske Mijnssen kenmerkt zich door een scherp oog voor de psychologie van haar personages. Internationaal heeft ze bovendien een bijzondere reputatie opgebouwd met haar expertise in barok en vroegklassiek werk. Haar productie van Rossi’s Orfeo werd bekroond met de Grand Prix du Syndicat de la Critique en bij Opernhaus Zürich ensceneerde ze onder meer Hippolyte et Aricie, Orlando Paladino, Platée en Agrippina. Daarnaast regisseerde zij onder anderen Dialogues des Carmélites (Opernhaus Zürich en Semperoper Dresden), Pelléas et Mélisande (Bayerische Staatsoper München) en Parsifal (Glyndebourne Festival).Bij De Nationale Opera tekende zij eerder voor de regie van Donizetti’s Tudor-trilogie (Anna Bolena, Maria Stuarda, Roberto Devereux).
Annemieke Bosman in gesprek met actrice Marieke Heebink. Heebink speelt in de voorstelling De Architect bij ITA de rol van Sela, een architect op de top van haar carrière. Haar ambitie en drang om de beste te zijn kennen geen grenzen. Steen voor steen bouwde ze haar eigen succes, deels door gebruik te maken van de zwakheden van anderen. Wanneer de jonge en gepassioneerde Hilde haar wereld binnenstapt, vol dromen en ambities, wakkert ze een diep gevoel van onzekerheid aan bij de architect en brengt ze een gevaar met zich mee dat Sela’s wereld bedreigt. In De Architect worden ambitie en twijfel, macht en kwetsbaarheid, realiteit en dromen met elkaar verweven tot een intrigerend, psychologisch spel. Een stuk over een vrouw die balanceert op de rand van haar eigen maakbaarheid, de angst voor opvolging, existentiële twijfel en de dreiging van vergankelijkheid. Want wat is de echte prijs van succes? En is het werkelijk hoogmoed die komt voor de val? Marieke Heebink is sinds 1994 lid van het ITA Ensemble. Dit seizoen speelt Heebink in de premières van De Architect (regie Rebecca Frecknall) en Tijd voor geluk (regie Bianca van der Schoot), en in de reprise van De Wetten.
Annemieke Bosman praat met Annemiek Rens, zij is conservator van de tentoonstelling Amrita Sher-Gil - 'Europa is van Picasso, India is van mij', nu te zien in het Drents Museum in Assen. In de tentoonstelling Amrita Sher-Gil - ‘Europa is van Picasso, India is van mij’ maak je kennis met Amrita Sher-Gil, grondlegger van de moderne Indiase kunst. Dit is de allereerste tentoonstelling van Sher-Gil in Nederland. De tentoonstelling in het Drents Museum toont foto's en bijna vijftig schilderijen en tekeningen van de Hongaars-Indiase Amrita Sher-Gil (Boedapest 1913 – Lahore 1941). Ze leefde slechts 28 jaar, maar liet een indrukwekkend en invloedrijk oeuvre na waarin moderne Europese schilderkunst samensmelt met Indiase kleuren, thema’s en verhalen. Haar werk is voor het eerst in bijna twintig jaar weer te zien in Europa.
Brecht van Hulten praat met beeldend kunstenaar Anouk Griffioen over haar tentoonstelling Nu het er nog is, tot 21 september te zien in Museum Kröller Müller. Nu het er nog is is de eerste museale solotentoonstelling van de Rotterdamse kunstenaar Anouk Griffioen (1979). Zij heeft een grote fascinatie voor natuur, herinnering en vergankelijkheid en maakt grote, vaak wandvullende tekeningen in houtskool. Je stapt als kijker soms letterlijk haar wereld in. GeboortefotoStartpunt van de tentoonstelling is een foto die de vader van Griffioen maakte in Enschede op de dag dat ze werd geboren. Aan de hand van de duizenden foto’s die haar vader maakte, bezoekt ze opnieuw alle plekken waar haar gezin ooit woonde en fotografeert deze. VergankelijkheidGriffioen legt haar foto's naast die van toen en verwerkt de veranderingen in virtuoze houtskooltekeningen van monumentaal formaat. Deze omringen je of worden als drieluik gepresenteerd, als samengebalde herinneringen. Nu is het er nog, morgen kan het weg zijn.
Shula Tas in gesprek met fotograaf en curator Ruben Lundgren.In het Fotomuseum in Den Haag is momenteel zijn tentoonstelling Flowers in the Mirror te zien. Daarin reflecteert Lundgren op twintig jaar werken en leven in China. Op zijn 21ste vertrekt hij als fotografiestudent naar China, waar het eigen maken van de taal en cultuur samenvalt met zijn zoektocht naar een openlijke queer identiteit. De fotografie biedt hem de mogelijkheid om de spanning tussen beeld en werkelijkheid te onderzoeken. Kenmerkend voor Lundgren is zijn voortdurende experiment met uiteenlopende fotografische stijlen, zonder daarbij zijn eigen blik, intuïtie en verwondering te verliezen. Deze tentoonstelling brengt zijn belangrijkste, in China gerealiseerde projecten, zoals Empty Bottles, Real Dreams en Wow Taobao samen. Door het persoonlijke te verbinden met het maatschappelijke, opent Lundgren nieuwe perspectieven op hoe wij naar China kijken.
Annemieke Bosman in gesprek met Thomas Beijer. In zijn nieuwe boek Zolang de muziek klinkt, dat zich beweegt tussen luisteren, denken, analyse en verbeelding, onderzoekt Thomas Beijer wat we in muziek horen en hoe herinnering, verwachting en misverstand daarin voortdurend meespelen. Onderweg ontstaan verrassende verbanden met literatuur en andere kunstvormen. Zolang de muziek klinkt is een boek over vragen zonder eenduidig antwoord, met als terugkerend thema Thomas’ koppige verzet tegen het reduceren van wat zich niet laat reduceren. Maar bovenal laat Thomas zich drijven door nieuwsgierigheid en verwondering. Thomas Beijer is pianist, componist en schrijver. In 2017 debuteerde hij met de novelle Geen jalapeños. Sindsdien publiceerde hij essays en verhalen in verschillende tijdschriften en schreef hij voor film en theater. In Zolang de muziek klinkt brengt hij de twee werelden waarin hij zich begeeft – literatuur en muziek – samen.
Annemieke Bosman praat met schrijver Luuk Vulkers over zijn boek Alles lekt. Een deurklink, een briefje van tien euro: we vinden geregeld iets vies terwijl het in wezen onschuldig is. Ons verlangen naar een schoon bestaan kan het rationele overstemmen, en dat roept belangrijke vragen op over onze samenleving. Wat is schoon precies, wie bepaalt dat? Waar walgen we van, en wat zegt dat over ons? Hoe gaan we om met sloddervossen en neat freaks? Luuk Vulkers ontleedt het fascinerende fenomeen dat hemzelf ook ontregelde: smetvrees. Hij zoekt van Spakenburg tot New York naar antwoorden en beschouwt beeldende kunst en de Bijbel met dezelfde nieuwsgierigheid als reality-tv en internetcultuur. Luuk Vulkers (1994) studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam en creative writing in New York. Hij publiceerde in Trouw, De Groene Amsterdammer en de Nederlandse Boekengids, en won de Joost Zwagerman Essayprijs en de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek. Alles lekt is zijn literaire non-fictiedebuut.
Annemieke Bosman in gesprek met beeldend kunstenaar en dichter Iris Le Rütte. Deze zomer is in Museum Kranenburgh in Bergen werk van Le Rütte te zien in de tentoonstelling ‘Iris Le Rütte – Alles verandert, niets vergaat’. In de tentoonstelling staat het verschijnsel metamorfose – gedaanteverandering – centraal. ‘Iets wil veranderen’, schrijft Le Rütte zelf in een van haar gedichten. Verandering is een natuurwet: alles blijft, maar nooit in dezelfde vorm.Le Rütte kent twee belangrijke inspiratiebronnen: de natuur met haar enorme verscheidenheid aan vormen, en de verhalen uit de Metamorfosen van de Romeinse dichter Ovidius. Beide voeden haar verwondering over de wereld, die ze tot uiting brengt in een aansprekende en poëtische, figuratieve beeldtaal. De beelden en tekeningen van Le Rütte kenmerken zich door een grote diversiteit aan vormen waarin mensfiguren, dieren, planten en dingen versmelten. Haar dierfiguren zijn veelal antropomorf: ze lijken menselijke emoties te tonen en met de toeschouwer te communiceren. Zijn het dieren of mensen, of allebei tegelijk? Aan deze verscheidenheid voegt de kunstenaar nog meer samensmeltingen toe. Zo laat ze benen uit schelpen tevoorschijn komen, of vrouwenlichamen overgaan in bloemen. Met deze hoogsteigen schepsels, maar ook met haar weergaven van figuren uit de mythologie die een metamorfose ondergingen, plaatst Le Rütte zich in een lange traditie en kiest ze tegelijkertijd voor eigenzinnige nieuwe invalshoeken.